Schilderijen Gaspar de Craeyer komen terug naar Kortrijk

Van 30 juni tot 4 november 2018 liep er in Cassel (Fr) een overzichtstentoonstelling gewijd aan Gaspar de Crayer. De O.L.Vrouwekerk leende twee doeken uit, “Maria-Boodschap” en “Maria-Visitatie”; de Sint-Maartenskerk stelde “De Aanbidding door de Driekoningen” ter beschikking. Prettig detail: bij deze gelegenheid werden de drie doeken vakkundig opgefrist! Vrijdag 9 november komen ze terug naar Kortrijk.

Over de persoon van Gaspar de Crayer weten we heel weinig. Hij werd geboren in Antwerpen in 1584: hij was zeven jaar jonger dan P.P. Rubens (° 1577) en vijftien jaar ouder dan A. Van Dyck (° 1599). Vandaar de titel van de Casselse tentoonstelling: “Gaspar de Crayer, Entre Rubens et Van Dyck”. Een leerling van Rubens was hij niet, een groot bewonderaar wel; de jongere Antoon Van Dyck apprecieerde hij ten zeerste. De Crayer was lange tijd actief in Brussel: op vraag van de Brusselse en Spaanse dignitarissen aldaar schilderde hij, naast religieuze taferelen, veel staatsieportretten. In zijn oude dag, in 1664, verhuisde hij naar Gent waar hij vijf jaar later stierf, vijfentachtig jaar oud.
Hij laat een uitgebreid oeuvre na. Het bestaat voor drie vierde uit religieuze taferelen en voor bijna een kwart uit staatsieportretten. Zijn religieuze werken behandelen vooral scènes uit het Nieuwe Testament, heiligenlevens en stichters van kloosterordes. De vraag naar religieuze kunstwerken was groot: de Reformatie, op gang getrokken door Luther, leidde in de 16e eeuw tot godsdienstoorlogen en de Beeldenstorm. Toen de storm ging liggen, wilden kloosters en kerken dringend de oude luister van hun kerken en kapellen herstellen.

Een van de thema’s waarmee de Contrareformatie, ingezet door het Concilie van Trente, zich afzette tegen de protestantse leer, was de cultus voor Maria als de moeder-maagd van de Messias. Het tweeluik “Maria-Boodschap” en “Maria-Visitatie” dat de Mariakapel siert in de O.L.Vrouwekerk, speelt in op dit thema. Het werd besteld door twee kanunniken van het kapittel, ergens tussen 1612 en 1617, bij Gaspar de Crayer. Beide doeken hingen eerst tegen twee pijlers, links in de Gravenkapel: ze vormden een zijkapel die toen de Drievuldigheidskapel werd genoemd. De reden daartoe is duidelijk. Op het linkse doek, “Maria-Boodschap” (165 x 124 cm), kijkt Maria met verbazing op naar de H. Geest die boven haar zweeft in de vorm van een duif en naar God de vader die helemaal boven in de hemel troont. Links staat de engel Gabriel op een wolkje en deelt Maria mee dat ze de Messias zal baren, ook al is en blijft ze maagd. Dit laatste blijkt uit de witte lelie die hij ostentatief in de hand houdt. De rechtse tegenhanger, “Maria-Visitatie”, toont het bezoek van de zwangere Maria aan haar nicht Elisabeth, die ondanks haar hoge leeftijd ook zwanger is geworden. De dames begroeten elkaar met ingetogen blik en een vertrouwelijk handgebaar. In de achtergrond begroeten Jozef en Zacharias elkaar op dezelfde wijze, als een echo.
Beide doeken zijn duidelijk het werk van de jonge De Crayer. Zijn personages zijn niet zo sierlijk, wat gedrongen zelfs; ze staan er wat houterig bij; de alles verhullende kledij valt strak naar beneden; het wolkje waarop de engel rust heeft veel weg van een rotsblok. De kleuren zijn nog verstild: alleen Maria heeft recht op een opvallend rood kleed dat contrasteert met haar blauwe mantel. Maar de jonge De Crayer zoekt zijn weg. Zo schildert hij de vleugels van de engel in Maria-Boodschap niet voluit, waardoor hij de scène knap openbreekt. En hij heeft aandacht voor het decor en zelfs voor enig decorum: hij drapeert een luxueus tapijt op de bidstoel en een sierlijk wandtapijt boven het hoofd van Maria; Maria-Visitatie toont een doorkijkje naar een plein met een Renaissance-gebouw.
Kunnen deze twee doeken ooit de zijluiken van een drieluik geweest zijn? En kan het middenstuk dan “De Kroning van Maria” (383 x 273 cm), geweest zijn, uit 1623, ook van de hand van Gaspar de Crayer? Toch niet: we weten dat dit laatste doek in 1623 boven het hoogaltaar van de O.L.Vrouwekerk kerk werd opgehangen en later, in 1734, verhuisde naar de noordelijke kruisbeuk. In september 1794 werd het echter opgevorderd door de commissarissen van de Convention Nationale en sedertdien bevindt het zich in het Museum van Dijon.

Op de tentoonstelling in Cassel waren nog twee doeken te zien uit het Kortrijkse patrimonium. Het eerste, “De Marteldood van de H. Catharina” (242 x 188 cm), was er zelfs het pronkstuk: het siert de omslag van de prachtige catalogus. Dit doek werd besteld voor de Gravenkapel, ook Catharinakapel geheten, onder meer om het mooie albasten standbeeld van de heilige door André Beauneveu. Opdrachtgever was de Kortrijkzaan Jacques Dhont, chirurgijn en broer van kanunnik Pieter Dhont. Het doek kwam er in 1625, boven het altaar van de kapel. We zien er alle elementen van de legende: op de trede prijken de kroon en de scepter van de christelijke prinses uit Alexandrië; onderaan ligt een stuk van het kapot geslagen rad waarop ze eerst zou terecht gesteld worden. Rechts, op een hoge sokkel, troont een heidense godheid. Links kijkt keizer Maxentius onverschillig toe van op zijn paard. Een soldaat maakt de hals van Catharina vrij, een andere houdt zijn zwaard klaar. Catharina blijft er rustig en gelaten bij. Het is ten andere opvallend hoe emotieloos De Crayer de martelscène weergeeft, zowel bij de beulen als bij de martelares. Toch rivaliseert De Crayer hier met Rubens. Hij heeft zeker diens “Kruisoprichting” in Antwerpen gezien: ook hij stelt zijn personages voor in kikvorsperspectief, wat ze groter en imposanter doet lijken; hun bewegingen zijn soepel; het kleurenpalet is divers en we krijgen een doorkijk op een groenend landschap en een blauwe hemel. Het is een van zijn beste werken. Helaas, in september 1794 werd het door de Fransen weggevoerd naar Parijs. Het bevindt zich nu in het Museum van Grenoble.

Het Musée de Flandre stelde ook “De Aanbidding van de Drie Koningen” (133 x 202 cm) ten toon, ontleend aan de Sint-Maartenskerk. Ook hier gaat het om een jeugdwerk, ergens tussen 1609 en 1619: zo schort er wat aan de voetjes van het kind Jezus. De Sint-Maartenskerk kon het doek kopen, rond 1770, van de buren, de Ongeschoeide Karmelietessen. Het schilderij ontplooit zich in de breedte. De rechtopstaande personages reiken tot aan de bovenrand van het doek, wat ze imposanter doet lijken. Maria en het Kind zitten links, met Sint Jozef achter hen in een clair-obscur. Deze opstelling laat de nodige plaats aan de Drie Wijzen en hun gevolg. Melchior, met de prachtige gele cape, biedt goud aan; de zwarte Balthazar, met witte tulband, schenkt mirre in een mooi bewerkte kruik, en Gaspar, met de rode mantel, brengt hemelse wierook aan. Uiterst rechts, kijkt een jonge man, met een pluim op het hoofddeksel, de kijker aan: de schilder zou hier zichzelf hebben afgebeeld. Als dit klopt, dan is dit het enige zelfportret van G. de Crayer!

Waarom is de ster van De Crayer weggedeemsterd terwijl die van Rubens, Van Dyck en Jordaens bleef stralen? Een eerste reden: toen de Franse Revolutie uitbrak, werden de religieuze scènes en de staatsieportretten van de adel opgeborgen in de kelders van de musea. Rubens, Van Dyck en Jordaens bleven echter wel publiekslievelingen omdat ze ook andere thema’s hadden behandeld, onder meer mythologische onderwerpen, volkse scènes en landschappen. Een tweede reden: G. De Crayer was geen vernieuwer. Hij beheerste nochtans het métier even goed als zijn grote tijdgenoten: hij wist zijn grote doeken meesterlijk op te bouwen en zijn personages correct te tekenen, al missen ze vaak expressie. Dit ging zich wreken toen, in de 19e eeuw, het moderne paradigma doorbrak: voortaan prijst men de originaliteit, het baanbrekende van de kunstenaar en dat was aan Gaspar de Crayer niet besteed. Zijn verdienste ligt hierin: hij heeft de barokke vormtaal die Rubens had ingevoerd in de Lage Landen breed verspreid bij het kunstminnende en het devote publiek. Zijn talloze religieuze doeken waren immers overal te zien, in kerken en kloosters, niet alleen in grote steden maar ook in kleine dorpen.
Vic Nachtergaele

Type: Persbericht
Naam: Isabelle De Jaegere
Adres: pottelberg, 73
Stad: Kortrijk
Telefoon: +32498909140